Misschien is het daarom tijd om naar alternatieve benaderingen te gaan kijken. Om met heer Bommel te spreken: Tom Poes, verzin een list.

Gebreken

De Babyboomgeneratie (1945-1955/1964) is met pakweg 2,8 miljoen leden een van de belangrijkste demografische groepen in Nederland. Het is ook een bevolkingsgroep op leeftijd om het maar vriendelijk te zeggen. Een oud gezegde luidt: met ouderdom komen de gebreken en dat geldt zeker voor de voorhoede van deze generatie. Steeds meer ouderen en zeker de groep oudere ouderen hebben last van mentale en fysieke problemen, zoals dementie en bijvoorbeeld problemen met traplopen en derhalve een verhoogd risico op vallen. Iets minder dan de helft van de valpartijen die eindigen op de spoedeisende hulp vindt plaats in of om het huis.

 

Om zaken nog wat aan te scherpen. Uit onderzoek blijkt dat ruim 1,5 miljoen 65-plushuishoudens is een huis wonen met een vergroot risico op valongelukken. Het gaat dan om huizen met een trap en/of een trap naar de voordeur. Ruim een half miljoen van deze huishoudens hebben enigszins tot veel moeite met traplopen. De cijfers liegen niet. In 2024 belandden 119.000 65-plussers op de Spoed Eisende Hulp (SEH). De directe kosten bedroegen pakweg EUR 600 miljoen

 

Traplift

Wat moet/kan er gebeuren? Er zijn meerdere oplossingen. De eerste is die van de woningaanpassing. Het goede nieuws is, dat zulks in 85% van de woningen mogelijk is. Met het weghalen van drempels, een tweede toilet en/of het plaatsen van een traplift help je ouderen met mobiliteitsproblemen.

 

Ongeveer een half miljoen oudere huishoudens hebben deze kleine maatregelen genomen. Bij iets meer dan de helft waren deze ingrepen door gezondheids- of mobiliteitsproblemen ook echt noodzakelijk.

 

Het minder goede nieuws is dan weer wel dat iets minder dan een kwart van de 75-plushuishoudens met traploopproblemen beschikken over een traplift. Een grote meerderheid heeft die voorziening dus niet. Toch heeft in ruim een half miljoen 75-plushuishoudens minimaal een persoon mobiliteitsbeperkingen.

Moeite met traplopen, vaker een lift

Kostenplaatje

Positief gesproken is er nog een wereld te winnen als het om aanpassingen gaat. Ruim 130.000 woningen wachten nog op een traplift. De totale kosten zijn echter aanzienlijk. Ze variëren van EUR 600 miljoen tot EUR 1,3 miljard.

 

Kunnen ouderen deze aanpassingen betalen. Niet iedereen, dat moge duidelijk zijn. Het goede nieuws is dan weer wel, dat het merendeel van de oudere huishoudens een eigen huis heeft en over voldoende middelen bezit om de aanpassingen zelf te betalen. Of ze dat ook doen, is een heel ander verhaal.

 

Verhuizen

Voor wie niet kan of wil aanpassen is verhuizen wellicht een alternatief. Maar de wil om te verhuizen is zonder meer gering. 65-Plushuishoudens zijn in de praktijk erg honkvast. Zelfs als er al sprake is van mobiliteitsproblemen is de verhuizingsgeneigdheid gering. Motieven om niet te willen verhuizen zijn onder meer tevredenheid met het huis ondanks de beperkingen. Ook willen veel ouderen niet weg uit de buurt. Misschien spelen financiën ook nog een rol. Ouderen hebben vaak geringe woonlasten. Verhuizen betekent bijna vanzelfsprekend dat die lasten omhoog gaan.

 

Vaak wonen ouderen naar alle tevredenheid, maar is de woning te groot geworden. Vaak gaat het om woningen met vijf of meer kamers. Veel minder speelt een rol bij de wens om te verhuizen dat de huidige woning ongeschikt is geworden door gezondheidsproblemen. Hoe het ook zij, zelfs als de verhuisgeneigdheid toeneemt, dan nog duurt het even voordat er concrete verhuisplannen op tafel komen.

1,7 miljoen 65-plussers willen niet verhuizen

Domino-effect

Als ouderen gaan verhuizen, dan laten ze een woning achter. Zoals eerder gezegd, veel ouderen zijn huiseigenaar. Bijna 30% van alle eengezinskoopwoningen in Nederland wordt bewoond door 65-plussers. Dat biedt onverwachte perspectieven. Als alle verhuisgeneigde ouderen de daad bij het woord zouden voegen, dan kwamen er 328.000 woningen vrij.

 

Maar zoals boven al is uitgelegd, er is een groot verschil tussen een verhuizing te overwegen en het daadwerkelijk te doen. Dat neemt niet weg, dat de afgelopen twee jaar ruim 106.000 ouderenhuishoudens zijn verhuisd vanuit een zelfstandige woning. De praktijk leert dat zodoende 71.000 eengezinswoningen op de markt kwamen en 35.000 appartementen. Het blijkt dat een verhuisketen op gang komt. Immers, diegenen die verhuizen naar deze vrijgekomen woningen laten vaak zelf ook een woning achter, etc.

 

Het CBS heeft uitgedokterd dat deze verhuisketens ervoor zorgen dat er direct of indirect meer woningen vrijkomen dan in geval van verhuizen naar nieuwbouw.

 

Beleid dat erin moet resulteren dat meer ouderen willen en kunnen verhuizen is er echter niet. De cijfers geven de beleidsmakers ongelijk. Buiten gebaande paden denken is echter moeilijker dan het lijkt. Bijna gedachteloos kiezen gemeenten en ontwikkelaars voor het bouwen van eengezinswoningen. Een prangende vraag leggen ze daarmee terzijde: hoe kunnen we meer ouderen ertoe brengen om hun royale woning te verlaten.

 

Dan moeten er bijvoorbeeld wel aantrekkelijke alternatieven zijn. Dat op zich is een uitdaging binnen de huidige beperkingen in dit land. Edoch, de beloning mag er zijn. Dus toch: Tom Poes verzin een list.

Verhuisgeneigde ouderen willen niet op stel en sprong verhuizen

Bronnen:

Rabobank, Meer ouderen, meer valpartijen thuis: hoe geschikt wonen ouderen? December 2025

Rabobank, Wonen op hoge leeftijd: aanpassen of verhuizen naar een geschiktere woning? December 2025