De stikstofproblematiek en alles wat ermee samenhangt dreigt het platteland lam te leggen. Het is bijvoorbeeld een sta-in-de-weg van de hoogst noodzakelijke investeringen in de landbouw, en als gevolg daarvan beginnen ook andere sectoren stil te vallen, zoals de woningbouw. Zo zijn er meerdere negatieve zaken die het platteland onder druk zetten en de leefbaarheid ervan bedreigen.
Daarbovenop komt nog eens dat Nederland kampt met ruimtegebrek. Ons land lijkt simpelweg te klein voor alle claims op meer ruimte. Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn allemaal op zoek naar meer ruimte voor een veelheid aan functies en activiteiten zoals wonen en energie, mobiliteit en natuur, recreatie en defensie.
Opeenvolgende kabinetten hebben maatregelen aangekondigd om tenminste een van de prangende probleem aan te pakken. Daar is tot dusverre weinig van terecht gekomen. Aankondigingen hebben wel tot veel maatschappelijke onrust geleid.

Prijs per hectare
Als er een constante is in de discussie over ontwikkelingen in het landelijk gebied, dan is het grond. Een belangrijk aspect van grond is de grondmarkt. De vraag is in hoeverre de grondmarkt het moeilijk maakt om duurzame keuzes te maken voor het platteland. De grondmarkt bestaat uit diverse deelmarkten. Daaronder zijn woningbouw, natuur en natuurlijk landbouw.
Landbouwgrond speelt een sleutelrol in de zoektocht naar ruimte voor andere functies, zoals woningbouw. Landbouw is in de praktijk de enige functie die ruimte kan bieden. Maar over grond en de grondmarkt wordt weinig gepraat en gediscussieerd, terwijl het toch echt een hinderpaal blijkt te zijn voor afdoende woningbouw.
Grondprijzen
Grondprijzen zijn historisch hoog. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is de prijs van landbouwgrond jaarlijks met ongeveer 3% gestegen. De prijs van grond hangt samen met de opbrengst ervan. De laatste decennia heeft vooral de verwachting van wat de grond waard is, als die een andere functie krijgt, de prijs beïnvloed.
Verwachte woningbouw zorgt voor een waardesprong. Vooral grond in de nabijheid van steden is sterk in prijs gestegen. De vraag ernaar is groot en nog steeds stijgend. Daar staat tegenover dat jaarlijks maar een klein deel van de landbouwgrond van eigenaar verwisselt. Er is derhalve een forse mismatch tussen vraag en aanbod. Dat maakt het ook begrijpelijk dat de prijs van grond maar liefst negen keer hoger ligt dan het Europees gemiddelde. Dat maakt het weer lastig om allerlei maatschappelijke doelen te bereiken. Het is allemaal wel erg duur.
Rol van de overheid
De overheid, of liever gezegd de overheden, zijn in staat sturend op te treden als het om grond en grondgebruik gaat en daarmee om de prijs te beïnvloeden. Dat gebeurt met juridische regels. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van milieunormen. De doelmatigheid van de regelgeving door overheden laat in de praktijk zeer te wensen over. Er is sprake van verkokering van beleid met te weinig aandacht voor onderlinge samenhang. Daardoor kan het gebeuren dat regels onwerkbaar zijn of zelfs tegenstrijdig. Daar hebben boeren last van, maar ook overheden die de boeren moeten controleren.
En dan zijn er nog de ondoelmatige subsidies. De landbouw ontvangt jaarlijks honderden miljoenen aan subsidies vanuit Brussel, Den Haag en provinciale overheden. Het geld komt in de vorm van structurele of incidentele ingrepen als inkomenssteun, stoppersregelingen, en innovatieregelingen. De tragiek is echter dat subsidies bijdragen aan de stijging van grondprijzen. Vooral grote boeren gebruiken deze financiële ruimte om extra grond aan te kopen. Dat is feitelijk niet de bedoeling van de subsidies.
Naast subsidies geniet de landbouwsector ook nog eens van gunstige fiscale regelingen. Belastingvoordelen belopen opnieuw honderden miljoenen euro’s. Die gunstige belastingregelingen maken het aantrekkelijk om landbouwgrond in eigendom te houden en bij te kopen. Stoppen is eigenlijk geen optie, waardoor er te weinig landbouwgrond naar de markt komt.
Machteloos
Zoals gezegd, de overheid heeft wel degelijk mogelijkheden om in te grijpen, maar doet dat amper of doet dat met ondoelmatige regelgeving.
De overheid heeft ook nog zogeheten grondinstrumenten tot haar beschikking om publieke doelstellingen te bereiken. Helaas heeft diezelfde overheid haar speelruimte op dit vlak verkleind, waardoor het moeilijker is geworden om sturend op te treden. Het tij begint nu weliswaar te keren en de overheid wil meer sturend gaan optreden, maar het kost tijd en geld om die grondinstrumenten weer doelmatig te gaan inzetten.
Sturende instrumenten zijn onder meer herverkaveling, een grondbank, onteigening en het vestigen van voorkeursrechten. Toch schrikken overheden nog steeds terug voor dwang en zetten ze bijvoorbeeld in op vrijwillige kavelruil. Dat werkt prima als het om enkelvoudige problemen gaat, maar niet in de huidige complexe omgeving. Eigenlijk zet de overheid zichzelf nog steeds buitenspel, waardoor een grootschalige herinrichting van het landelijk gebied gedoemd is te mislukken of in ieder geval grote vertraging oploopt. Het huidige beleid van de kool en de geit sparen werkt niet.
Dwingend
De overheid moet weer echt de regie nemen en afscheid nemen van vrijwilligheid en dus vrijblijvendheid. Ze moet er niet voor terugdeinzen verplichtende instrumenten in te zetten en duidelijke kaders en grenzen te stellen. Het zou absoluut geen kwaad kunnen om de talloze subsidieregelingen en belastingregels kritisch tegen het licht te houden. Nu is het zo, dat veel van deze regelingen een prijsopdrijvend effect hebben. Een hervorming van verschillende fiscale vrijstellingen kan een dempend effect op de grondprijzen hebben. Denk bijvoorbeeld aan het weghalen van prikkels uit de stoppersregelingen die de grondprijs opdrijven.
Daarnaast moet de overheid opnieuw alle grondinstrumenten inzetten om maatschappelijke doelen te realiseren, zoals natuurherstel of woningbouw. Te denken valt aan herverkaveling, onteigening en voorkeursrecht. Het zijn allemaal instrumenten waar de overheid in het recente verleden ook al de beschikking over had, maar terugschrok voor gebruik ervan.
Tenslotte, misschien moet de overheid ook bezien en toetsen of grondtransacties bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw. Zoals het nu gaat blijft grond(bezit) een hinderpaal die zich onttrekt aan de discussie over hoe - bijvoorbeeld – hoe meer huizen te bouwen op het platteland.