Deze extremen beginnen te knagen aan het maatschappelijk welzijn. Zo leidt aanhoudende droogte tot bodemdaling en funderingsschade. Veel erger is het dat hittestress tot oversterfte leidt. Deze extreme zomer in Europa heeft naar schatting al meer dan 10.000 extra doden geëist.
Langdurige droogte, hittestress en piekbuien; er is geen ontkomen meer aan. Ze maken tegelijkertijd duidelijk hoe kwetsbaar de gebouwde omgeving is geworden. Niets doen is geen optie en afwentelen van de risico’s op toekomstige generaties lijkt uitgesloten.
Bodemdaling en funderingsschade
Een geluk bij een ongeluk is dat er in Nederland van oudsher een collectieve verantwoordelijkheid bestaat voor het beperken van schade door klimaatrisico’s. Er is daarbij zowel een rol weggelegd voor overheden als voor (woning)eigenaren.
De huidige aanpak van de risico’s is tot dusverre technisch van aard. Bij bodemdaling en funderingsschade richt de aandacht zich vooral op het reguleren van de grondwaterstanden en het herstellen van de schade.

Bodemdaling tot 2050 voor verschillende klimaatscenario's.
Bodemdaling en funderingsschade komen in Nederland voornamelijk voor in het westen, noorden en in het rivierengebied. Het zijn gebieden gekenmerkt door slappe veen- en kleigronden. De gebouwde omgeving in deze gebieden zijn kwetsbaar voor bodemdaling. De verwachting is dat die kwetsbaarheid de komende decennia alleen maar groter wordt door een combinatie van aanhoudende droogte en lage grondwaterstanden.
De impact van bodemdaling is groot. Woningeigenaren krijgen te maken met verzakkende tuinen, scheuren in de muren en problemen met de fundering. Vooral oudere woningen met houten of ondiepe funderingen zijn kwetsbaar voor de zogeheten paalrot en verschilzetting. Kosten kunnen oplopen tot wel EUR 100.000 per woning.
Maar ook de openbare ruimte zal meer en meer last ondervinden. Kabels en leidingen breken, wegen en rioleringen gaan verzakken. Bij ongewijzigd beleid kunnen de publieke en private kosten voor bodemdaling en funderingsschade tot 2050 oplopen tot EUR 60 miljard.
Acute wateroverlast
Piekbuien en de daarmee samenhangende wateroverlast vormt eveneens een toenemend klimaatrisico, vooral voor de gebouwde omgeving.
Onderzoek laat zien dat hevige regens in frequentie en intensiteit in Nederland toenemen, zowel in stedelijke als in landelijke gebieden. Straten komen onder water te staan en gebouwen lijden schade. De mate van overlast verschilt sterk per locatie en hangt samen met de plaatselijke omstandigheden, zoals bodemtype, verhardingsgraad, de inrichting van de publieke ruimte en het ontwerp van de gebouwen. Toch kunnen we vaststellen dat de stedelijke gebieden in de Randstad en Zuid-Limburg verhoudingsgewijs het meest kwetsbaar zijn.

Verandering in de gemiddelde laagste grondwaterstanden tot 2050
Wateroverlast is zichtbaar en acuut. Toch is er vaak gesteggel tussen publieke partijen en woningeigenaren over verantwoordelijkheden. Oplossingen zijn vaak technisch van aard, zoals het vergroten van de afvoercapaciteit. Er komt echter steeds meer oog voor aanvullend en structureel beleid. We moeten daarbij denken aan de verharding van het stedelijk gebied en meer klimaatbestendig bouwen. Desondanks blijft de kans op herhaalde schade aanwezig.
Hittestress
Aanhoudende tropische temperaturen kunnen voor hittestress zorgen. Daar bedoelen we de fysieke en mentale belasting mee die optreedt wanneer het menselijk lichaam een overmaat aan warmte moet afvoeren en daar onvoldoende toe in staat is.
Hittestress kan zomaar uitmonden in negatieve gezondheidseffecten, variërend van een verslapte concentratie tot hitte-uitputting. Voor ouderen en zieken kan hittestress voor een grotere belasting van hart, nieren en organen zorgen met alle kwalijke gevolgen van dien. We hebben al gewezen op de oversterfte deze zomer. Lichtere vormen van hittestress zijn binnenshuis een verminderd comfort, wat kan leiden tot slechter slapen, een verminderd welzijn en een lagere arbeidsproductiviteit.

Links: Gemiddelde maximumtemperatuur tijdens de hittegolf van 24-26 juli 2019.
Rechts: resultaten van temperatuursimulaties van dezelfde hittegolf bij 2°C gemiddelde klimaatverandering als in het sterk risico verhogende scenario
Hittestress is het uiteindelijke resultaat van processen op verschillende onderling samenhangende niveaus.
Op regionaal niveau beïnvloeden klimaatveranderingen, zoals stijgende temperaturen en een toename van hittegolven het gevoel van comfort. Op lokaal en stedelijk niveau speelt het microklimaat en het stedelijk hitte eiland-effect een belangrijke rol. We doelen dan op de inrichting van (stedelijke) gebieden, de aanwezigheid van groen en water, de verharding en de bebouwingsdichtheid. Die zijn allemaal van invloed op de lokale opwarming. De stedelijke context werkt direct door op het gebouwenniveau. Daarmee bedoelen we dat zaken zoals isolatie, zonwering en ventilatie bepalen hoeveel warmte er wordt vastgehouden en of warmte van buiten naar binnen wordt doorgelaten. Dat bepaalt uiteindelijk het gevoel van comfort in de gebouwen en woningen.
De cijfers zijn niet bepaald bemoedigend; op dit moment heeft ongeveer 35% van de Nederlandse meergezinswoningen last van zeer grote oververhitting. Dat kan in 2050 opgelopen zijn tot 50%.
Er is m.a.w. een intensief beleid van aanpassing nodig om het huidig niveau van oververhitting ook in 2050 in stand te houden. Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Het gaat uiteindelijk om aanpassingen in honderdduizenden tot meer dan een miljoen woningen. En dan zijn er nog maatregelen nodig om het stedelijk hitte effect te beperken. Er is derhalve aanvullend klimaatbeleid nodig, gericht op een geïntegreerde benadering van ruimtelijke inrichting, de inrichting van gebouwen en renovatie strategieën, maar ook van bewonersgedrag.
Er is weinig tijd meer te verliezen. Uitstel zal alleen maar de toekomstige opgave groter maken. Uitstel zal leiden tot meer oververhitting, een verminderde gezondheid, minder welzijn en een lagere arbeidsproductiviteit voor bewoners van minder geoutilleerde woningen, een verslechterd wooncomfort en een lagere woonkwaliteit.
Beleidsimplicaties
Tot dusverre gaat bij het bestrijden van de klimaatrisico’s de aandacht vooral uit naar technische oplossingen. Maar aanpassing aan de nieuwe omstandigheden vraagt om meer. Er zijn duidelijke sociaaleconomische aspecten die meer en meer de aandacht opeisen. De veranderingen lijken immers blijvend en het nieuwe normaal. Aanpassingen worden dan meer en meer een zaak van kosten, baten en verantwoordelijkheden. Daarbij is een ding duidelijk: de kosten zijn op de korte termijn hoog, terwijl de baten op de langere termijn hopelijk zichtbaar worden. Het is dan ook begrijpelijk dat vooral woningeigenaren niet staan te springen om te investeren in klimaatadaptatie. De kosten lijken privaat neer te komen en de baten publiek. Er zal daarom ook meer duidelijkheid moeten komen over de kosteneffectiviteit van maatregelen. Wegen investeringen op tegen de besparingen?
Bij het optuigen van nieuw beleid om klimaatrisico’s de baas te worden moet er oog zijn voor de sociaaleconomische verschillen tussen bewoners van steden en dorpen. De kwetsbaarste groepen wonen relatief vaak in woningen die bijvoorbeeld een verhoogd risico op hittestress hebben. De bewoners hebben echter meestal niet de middelen om zich hiertegen te wapenen. Bovendien zijn ze vaak afhankelijk van de nukken en luimen van de verhuurder. Het verdient dan ook aanbeveling beleid te ontwikkelen dat gericht en specifiek is; ondersteuning en eventuele financiering moet geschieden op basis van draagkracht. Dat voorkomt onnodige gezondheidsrisico’s en een groeiende maatschappelijke ongelijkheid.
Ook bewustwording moet onderdeel van het nieuwe beleid zijn. Bewoners en kopers moeten beter geïnformeerd worden over de risico’s. Dat kan met de introductie van publieke kaarten. Die moeten de risico’s op lokaal niveau inzichtelijk maken. Er moet onderzoek gedaan worden bij verkoop van de bestaande woning; de rol van makelaars en financiers moet een nieuwe invulling krijgen. Zij moeten de financiële risico’s duidelijk maken bij een eventuele koop van een woning. Het is de taak van de overheid om alle beschikbare informatie transparant te maken voor de burger. Bemoedigend is dan toch dat bewuste woningkopers nu al informatie vragen over de risico’s van de woning en de omgeving. Dat werkt door in de prijs die ze willen betalen. Transparantie en bewustwording zorgen er zodoende voor dat de markt daarin zijn werk kan doen.