Arbeidsmigranten komen er bekaaid af op de woningmarkt

Huurmarkt

Het is een waarheid als een koe. Er heerst schaarste op de Nederlandse woningmarkt. Er is een tekort van vele honderdduizenden woningen. Iedereen weet dat jongeren en alleenstaanden meestal achteraan moeten sluiten in een schier eindeloze rij van woningzoekenden. Over één groep op de arbeidsmarkt lees je maar heel weinig. Dat is de groep van de arbeidsmigranten. Die is nagenoeg onzichtbaar.

August 28, 2025

Omdat de groep zo onzichtbaar is, weten we er ook weinig over. We weten alleen dat het inmiddels een heel grote groep is. Als we kijken naar de groep geregistreerde arbeidsmigranten uit de EU, dan zien we over de afgelopen decennia een gestage instroom. In de periode 2011 – 2021 kwamen er 445.000 arbeidsmigranten uit de EU Nederland binnen.  De meerderheid (61%) van die immigranten kwam uit Midden- en Oost-Europa. In de periode 2011 – 2014 ging het gemiddeld om 36.000 per jaar, tussen 2025 en 2018 was dat getal opgelopen naar 43.500. In de jaren 2019 – 2023 waren het er jaarlijks 57.900.

 

Waar de immigranten zich aanvankelijk meestal vestigden in de steden van de Randstad en Noord-Brabant, waaierden ze in de loop van de jaren uit over de rest van Nederland. Het aantal gemeenten dat derhalve met arbeidsmigranten te maken kreeg groeide en dat gold ook voor het aantal kleine gemeentes, zoals Horst aan de Maas, Zeewolde en het Westland. Immigranten, die op het platteland belandden, kwamen voor het leeuwendeel (83%) uit Midden- en Oost-Europa. Het gaat hier dus om een relatief homogene groep.





Kenmerkend voor deze groep op het platteland is dat ze relatief vaak een laag inkomen hebben. Pakweg 50% behoort tot de laagste twee inkomenskwintielen. Dat is niet zo vreemd. Op het platteland kwamen en komen ze terecht in sectoren gekenmerkt door laagbetaalde banen. Het gaat dan om land- en tuinbouw, logistiek, de voedselverwerkende- of de verpakkingsindustrie.

 

Ongeveer de helft van de migranten werkte via uitzendbureaus. Dat versterkte hun sociaaleconomische positie niet. Eerder is het tegendeel het geval. Uitzendkrachten hebben geen vast contract en kunnen van het een op andere moment hun baan, en daarmee ook hun woonplek verliezen.

 

Uitzendbureaus worden ook geacht om voor woonruimte te zorgen. In de praktijk kwam en komt het erop neer, dat de migranten terecht kwamen, en nog steeds terecht komen, op bedrijfsterreinen, vakantieparken of in voormalige hotels.

 

Dat betekende ook woningdelen. Gemiddeld bedraagt het aantal woningdelers in Nederland 51%, maar op het platteland is dat 64%.



Van tijdelijk naar permanent

In Nederland overheerst al decennia de mythe dat arbeidsmigranten tijdelijk zijn. Ze gaan naar verloop van tijd allemaal weer terug naar het land van herkomst.

 

Nee, dus. Het klopt dat iets meer dan 30% na pakweg 1,5 jaar verdwenen is. Na 6 jaar is ongeveer 50% van de arbeidsmigranten op het platteland weer vertrokken. Maar wat weten we eigenlijk van de ‘blijvers’? Van diegenen die niet vertrokken zijn, woont 60% na 6 jaar nog steeds op het platteland en 40% was vertrokken naar een grote of kleine stad.

 

Duidelijk is ook dat hun sociaaleconomische positie iets verbeterd is. De reden daarvoor kan zijn, dat ze een betere, vaste baan hebben gekregen of dat ze met een partner zijn gaan samenwonen. Het gaat meestal om een relatieve verbetering, niet om een fundamentele. Niet onbelangrijk. Het percentage woningdelen is in deze groep gedaald van gemiddeld 43% naar 31%.

 

Desondanks moeten we ook vaststellen dat een aanzienlijk deel van de arbeidsmigranten na 6 jaar  vaak nog steeds als uitzendkracht actief is en nog steeds de woning deelt met anderen. De onzekerheid over woon- en arbeidsmarkt en inkomenspositie blijft hoog.

Huisvestingsbeleid




Veel Nederlandse gemeenten en zeker de kleinere op het platteland zijn min of meer overvallen door de snelle aanwas van het aantal arbeidsmigranten over de afgelopen 10 á 15 jaar. Er is geen beleid ontwikkeld op terreinen als volkshuisvesting. Zeker kleinere gemeentes zijn daar ook niet toe uitgerust.
  Als het om huisvesting gaat, is er geen specifiek beleid ontwikkeld.

 

Het is een beetje hapsnap. Sommige gemeentes willen het delen van woningen binnen de bebouwde kom beperken. Een voorbeeld is Valkenburg. Andere gemeentes zien in woningdeling binnen de bebouwde kom juist een oplossing, zoals Eersel en Deurne. Ook wordt huisvesting op het erf toegestaan. Erger is, dat sommige gemeentes helemaal geen beleid hebben.




Als er al beleid is, dan is dat bijna altijd voor de korte termijn.

 

Dat is terug te zien aan de keuzes die gemaakt worden. Steeds vaker wordt gekozen voor het ontwikkelen van grootschalige woonlocaties buiten de bebouwde kom. Dat vermindert de woningnood binnen de bebouwde kom en reduceert de kans op overlast in woonwijken, zo is de gedachte. Deze woonlocaties zijn sneller te bouwen en redelijk goed van kwaliteit.

 

Dergelijk beleid werkt de integratie niet bepaald in de hand. Wel is het een aanvaardbare oplossing wanneer de groep arbeidsmigranten groot is ten opzichte van het aantal inwoners van het dorp. Deze woonlocaties zijn uitstekend als tijdelijke oplossing voor een huisvestingsprobleem, maar is niet geschikt voor de langere termijn. Een flexwoning gaat ook maar 10 tot 15 jaar mee. Dat onderstreept het tijdelijke van de oplossing.

 

Een groot deel van deze locaties biedt bovendien alleen maar onzelfstandige kamers aan met gemiddeld 4 – 5 personen per woonunit. De meeste van deze locaties worden ook nog eens op basis van logies verhuurd. Een verblijf is dus van korte duur en de huurder heeft geen huurrecht.





Kortom, arbeidsmigranten die langer of permanent in Nederland willen blijven, kunnen hier niet terecht.

 

Zij moeten terecht op de reguliere woningmarkt. Hun financieel economische positie is echter van dien aard dat ze hier amper kans maken. Zeker op het platteland is de woningnood hoog en moet de arbeidsmigrant concurreren met bijvoorbeeld de starter. Tijdelijke huisvesting in de vorm van flexwoningen kan een oplossing zijn, zij het een tijdelijke. Op termijn dient zich vanzelf de vervangingsvraag aan. Ook flexwoningen hebben een beperkte levensduur. De meeste gemeentes kijken echter niet zo ver vooruit, druk als ze zijn om de huidige huisvestigingsproblemen de baas te worden.

 

Beleid

Arbeidsmigratie is in weerwil van de communis opinio niet tijdelijk. Dat betekent dat er niet alleen aandacht moet zijn voor kortetermijnoplossingen, zoals grootschalige opvang in tijdelijke woningbouwprojecten.

 

Overheden moeten zich realiseren dat veel migranten zich hier permanent vestigen. Dat heeft gevolgen voor de woningbehoefte, zeker op het platteland. Daar is de druk op de woningmarkt sowieso groot

 

 Ook zullen gemeentes zich moeten afvragen aan welk type woningen in de reguliere woningmarkt de meeste behoefte is. Veel migranten op het platteland zijn sociaaleconomisch niet erg sterk. Op het platteland is het aanbod van corporatie- en particuliere huurwoningen geringer dan in de stad. De vraag naar betaalbare huur- of koopwoningen zal gaan toenemen.

 

Vooralsnog hebben veel gemeentes in de praktijk te weinig oog voor deze lange termijn trend met alle mogelijke gevolgen van dien. Geen open oog voor de lange termijn kan grote gevolgen hebben voor publieke voorzieningen zoals het onderwijs en de zorg. Meten is nog steeds weten.

 

Bron: WIE KOMT, WIE BLIJFT, WIE VERTREKT? - Een analyse van vestigings- en verhuispatronen van EU-arbeidsmigranten op het platteland. Planbureau voor de Leefomgeving. Juli 2025

Arbeidsmigranten komen er bekaaid af op de woningmarkt

Een eigen huis wordt een illusie

Vergrijzing is een zegen voor de woningmarkt

On top of the world

Verstoren LAT-relaties de woningmarkt?

Flexwoningen zijn geen garantie voor succes

Bouwen en nog eens bouwen is maar het halve antwoord

Lichtpuntjes voor 2025

De babyboomer is de reddingboei van de Nederlandse huizenmarkt

Problemen op de woningmarkt?

Arbeidsmigranten komen er bekaaid af op de woningmarkt

Een eigen huis wordt een illusie

Vergrijzing is een zegen voor de woningmarkt

On top of the world

Verstoren LAT-relaties de woningmarkt?

Flexwoningen zijn geen garantie voor succes

Bouwen en nog eens bouwen is maar het halve antwoord

Lichtpuntjes voor 2025

De babyboomer is de reddingboei van de Nederlandse huizenmarkt

Problemen op de woningmarkt?