Instroom en uitstroom
We beginnen met een aantal uitkomsten over de periode 2015-2024. Waarom deze periode? Wel, 2015 was het eerste jaar dat voor het eerst migratie de natuurlijke aanwas van de bevolking voorbij streefde. In genoemde periode kwamen 2,2 miljoen migranten Nederland binnen. Van hen waren er in 2024 nog 1,4 miljoen in Nederland. Dat is een fors aantal als je het vergelijkt met het netto saldo van de 10 jaar daarvoor. Dat bedroeg 200.000.

Figuur 1 - Jaarlijkse mutatie van de bevolking in Nederland naar natuurlijke aanwas of migratiesaldo, 1945-2025, duizenden personen
Als we over migranten spreken, dan is dat een gemêleerd gezelschap. Naast asielmigranten kennen we arbeidsmigranten, kennismigranten, studiemigranten, gezinsmigranten, tijdelijke opvang Oekraïners en overig. Arbeidsmigranten en studiemigranten lieten de hoogste instroom zien. De instroom van asiel- en kennismigranten lag relatief lager.
Naast een instroom is er echter ook een uitstroom. Die bedroeg in de onderhavige periode ruim 800.000 personen. Het zijn vooral arbeids- en studiemigranten die weer vertrekken. Bij asielmigranten is amper sprake van enige uitstroom.
Als we dan kijken naar de netto migratie, dan blijkt de migratie van asielmigranten groter dan die van arbeids- of studiemigranten. De netto migratiecijfers over de periode 2015 – 2024 bedragen 245.000 asielmigranten, 205.000 arbeidsmigranten, 180.000 studiemigranten en 105.000 kennismigranten. Nou mogen we deze aantallen niet een-op-een vertalen naar een woningvraag. Sinds 2015 zijn bijvoorbeeld 575.000 gezinsmigranten Nederland binnen gekomen. Dit aantal verandert weinig aan de woningvraag. Zij voegen zich al bij bestaande huishoudens.

Figuur 2 - Jaarlijks aantal buitenlandse migranten dat naar Nederland is gekomen in de periode 2015-2024, naar migratiemotief
Migranten komen in eerste instantie terecht in huurwoningen vanwege de tijdelijke aard van hun verblijf. Asielmigranten zijn vanwege hun zwakke financiële positie aangewezen op sociale huurwoningen. Asiel- en kennismigranten die hier blijven, schuiven geleidelijk door naar koopwoningen.
Twee scenario’s
De misschien wel belangrijkste vraag is hoeveel huizen in de jaren 2015 – 2024 nu feitelijk naar migranten gingen. In die periode werden 700.000 woningen gebouwd. In diezelfde jaren bewoonden migranten 435.000 woningen. Anders gezegd, migranten bewoonden 60% van de nieuwe voorraad woningen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat migranten alleen maar nieuwe woningen betrokken. Van die 435.000 woningen gingen er 115.000 naar arbeidsmigranten en 105.000 naar asielmigranten. Internationale studenten betrokken 80.000 woningen en kennismigranten 60.000 woningen.
Alle bovenstaande grote aantallen maken duidelijk dat een discussie over het gevoerde migratiebeleid meer dan op zijn plaats was en is. De schrijvers van het rapport van de EIB hebben daarom twee scenario’s uitgewerkt voor de periode 2025 t/m 2034. Het gaat dan om een trendmatig scenario dat aansluit op de trends van de voorafgaande periode en een scenario van beperkte groei dat uitgaat van een succesvol beleid om de instroom te beperken.

Figuur 3 - Inschatting cumulatief aantal bewoonde woningen door migranten die sinds 2015 naar Nederland kwamen, 2015-2024, naar migratiemotief
Het eerste scenario gaat uit van de gemiddelde instroom gelijk aan die van de voorafgaande periode, zonder de buitengewone instroom van 2022. Dit scenario gaat er ook van uit dat het gevoerde beleid tot enige beperking van de instroom leidt. In dit scenario neemt de netto buitenlandse instroom jaarlijks met 83.000 toe t/m 2034. Dat vertaalt zich in een vraag naar woningen van 340.000.
Met dit aantal is migratie de dominante factor op de woningmarkt, omdat het hier gaat om meer dan de helft van de verwachte voorraaduitbreiding. De woningvraag neemt verhoudingsgewijs meer toe dan het aantal migranten in vergelijking met de afgelopen periode. Dat heeft weer te maken met het feit dat migranten die hier al langer wonen meer woningen gaan vragen. Het woningdelen bijvoorbeeld wordt minder en kinderen gaan de deur uit of stellen gaan scheiden. Dat is vooral het geval bij asielmigranten. Ze blijven meestal in Nederland en ook hun kinderen gaan het huis uit. Het aandeel asielmigratie neemt daarom in het totaal toe.
In het beperkte scenario zal een succesvolle beperking van migratie de druk op de woningmarkt verminderen. In dit scenario gaan we uit van een netto-instroom van 50.000 per jaar. Mocht dit streven bewaarheid worden dan kom dat neer op een extra woningvraag van 235.000. De daling van de instroom is vooral het gevolg van beleid om de asielinstroom te beperken. Die moet halveren.
Tot slot
Het is onloochenbaar dat migratie een grote rol op de woningmarkt heeft gespeeld in de afgelopen tien jaar. Daar zal in de komende tien jaar niet veel verandering in komen. Ook in de komende 10 jaar zal asielmigratie de woningvraag het meest stuwen. De druk van de overige migrantengroepen wordt minder, omdat de uitstroom hoger wordt. Dat zijn veelal migranten die in de afgelopen piekjaren zijn binnen gekomen. Een consistent migratiebeleid in het recente verleden had veel malheur kunnen voorkomen.
De claim dat de woningmarkt de aanhoudende vraag niet aan zou kunnen is ongefundeerd. Als het trendmatig scenario bewaarheid wordt, dan daalt de jaarlijkse vraag vanuit de hoek van migratie naar 35.000. Bovendien krimpt de Nederlandse bevolking en is het proces van gezinsverdunning nagenoeg ten einde. Derhalve daalt de vraag uit die hoek naar pakweg 15.000 per jaar. De structurele vraag komt dan uit op 50.000 woningen per jaar. Voor dat aantal draait de bouwwereld de hand niet om.
In het beperkte scenario oogt de uitkomst met 23.000 extra woningen wel zeer rooskleurig. Da is het waarschijnlijk ook. Het terugdringen van de asielinstroom is vooral een politiek vraagstuk, waarbij de uitkomst zeer ongewis is.

Figuur 4 - Jaarlijkse instroom van buitenlandse migranten naar Nederland, historisch en in twee scenario’s, 1975-2034, duizenden personen
En dan schuilt er nog een addertje onder het gras. In de diverse opvangcentra van het COA huizen nog 60.000 asielmigranten en 20.000 statushouders. Indien die aantallen teruggebracht worden naar het niveau van voor 2020, dan moeten er de komende jaren 20.000 woningen vrijkomen. Als dan nog de helft van de Oekraïners hier blijft, dan vraagt dat om nog eens 30.000 woningen. Die aantallen komen dan bovenop de hierboven genoemde aantallen.
Kortom in de komende jaren zal de druk op de woningmarkt hoog blijven met als gevolg aanhoudende wachtrijen. Beleid moet er daarom ook vooral op gericht zijn verlichting te zoeken voor de jaren tot pakweg 2030. Het zou bijvoorbeeld aanbevelenswaardig zijn om asielmigranten sneller toegang te verlenen tot de arbeidsmarkt. Dat zou het voor deze groep gemakkelijker maken om door te schuiven op de woningmarkt. Daardoor zou de druk op de sociale huursector verminderen.
Bron: